|
|
De Zwarte dwergmeerval
zwarte dwergmeerval
|
|
Andere namen
|
|
Nederlands :
|
Zwarte dwergmeerval
|
|
Wetenschappelijk :
|
Ameiurus melas
|
|
Engels :
|
Black Bullhead
|
|
Duits :
|
Schwarzer Zwergwels
|
|
Frans :
|
Borbotte Noir
|
Uiterlijke kenmerken
Lichaam matig gestrekt, vooraan rolrond, achter de aars zijdelings samengedrukt. Lengte 20-30 cm, maximaal 45 cm. Kop groot en plat, mondspleet eindstandig, zeer breed, 1 paar zeer lange baarddraden opzij van de bovenkaak (teruggelegd tot de buikvinaanzet reikend), 1 paar kortere boven op de kop (achter de achterste neusopeningen) en 2 paar korte aan de onderkaak. Schubben ontbreken geheel. Zijlijn compleet. Alle vinnen afgerond. Rugvin ver naar voren geplaatst (ruim voor de buikvinnen), aarsvin vrij lang, eerste straal van rugvin en borstvinnen tot een benige stekel omgevormd, de borstvinstekel met krachtig gezaagde achterrand. Vetvin aanwezig. Rugzijde zwart tot donkergrijs, buik witachtig, alle vinnen effen donkergrijs tot zwart.
Vinstralen: rugvin 7, aarsvin 17-21, borstvin 9, buikvin 8.
|
bij slechte leeftomstandigheden en in de winter graaft de meerval zich in de bodem
|
Leefwijze en leefomgeving
De zwarte dwergmeerval heeft een voorkeur voor ondiepe meren, plassen, poelen en langzaam stromende rivieren. Een weelderige plantengroei en een slib- of zandbodem stelt hij daarbij zeer op prijs. En wel in het bijzonder als deze bodem bedekt is met een laag vergane plantenresten of andere "prut". De dwergmeerval is uitermate tolerant met betrekking tot het zuurstofgehalte, de watertemperatuur en de vervuilingsgraad van het water. Zo bleken ze zelfs bij een watertemperatuur van 36 °C nog te overleven. Als de omstandigheden bijzonder slecht worden, graven ze zich in de modder in. Dit gedrag vertonen dwergmeervallen ook in de winter. Het leefgebied van deze soort komt in belangrijke mate overeen met dat van de bruine Amerikaanse dwergmeerval. De tolerantie van de zwarte dwergmeerval voor extreme milieuomstandigheden is zeer groot, waarschijnlijk nog groter dan van de bruine dwergmeerval.
De zwarte dwergmeerval wordt in het derde levensjaar (mannetjes) en vierde levensjaar (vrouwtjes) geslachtsrijp. De lengte ligt dan tussen de 20 en 25 cm. De vissen vormen paren en blijven gedurende de voortplantingstijd bij elkaar. In ondiep water - van 15 tot 100 cm - graven zij een nest in de bodem, waarvan de lengte overeenkomt met hun eigen lengte. Vooral het vrouwtje houdt zich bezig met het graven van een nest en met de verzorging van de eieren in de beginfase. De zwarte dwergmeerval blijkt een duidelijke voorkeur te hebben voor de begroeide watergedeelten. De paai vindt overdag plaats bij een watertemperatuur boven de 18 °C. Soms worden de eieren onmiddellijk door de ouders opgegeten. Meestal worden enige honderden bleke, goudkleurige eieren afgezet. De verliezen aan eieren zijn gering door de broedzorg van de ouders. Als de jongen een lengte hebben bereikt van circa 2,5 cm, stopt de intensieve broedzorg van de ouderdieren.
De dwergmeerval zoekt zijn voedsel in en bij de bodem. Als een echte alleseter consumeert de dwergmeerval weekdieren, insecten en insectenlarven, wormen, kleine kreeftachtigen, vis en visbroed, kuit, algen, vruchten en plantenmateriaal. Ook kadavers en andere afgestorven materiaal schijnt deze "vuilnisman onder de vissen" niet uit de weg te gaan. Jonge dwergmeervallen (tot 6 cm) eten vnl. plankton en kleine insectenlarven. Groei en leeftijd Over de groei van de zwarte Amerikaanse dwergmeerval zijn maar weinig waarnemingen bekend. In ons land zal de zwarte Amerikaanse dwergmeerval niet veel langer worden dan 25- 30 cm, met een maximum van 35 cm.
|
|
|
|
|