www.zoetwatervissen-nederland.nl

none
   Home  lijst van vissen  zoeken  contact
 doneer 1,30 euro
doneer 5 euro
 
   

De Zonnebaars


de zonnebaars de zonnebaars
Andere namen
 
Nederlands : Zonnebaars
Wetenschappelijk : Lepomis gibbosus
Engels : Pumpkinseed, Sunfish
Duits : Sonnenbarsch
Frans : Perche-Soleil

Uiterlijke kenmerken

Lichaam hoogruggig en zijdelings samengedrukt, bij oude dieren haast schijfvormig. Lengte maximaal 25 cm. Kop kort en hoog, met kleine, eindstandige of iets naar boven gerichte mondspleet, die niet tot onder het oog reikt. Kieuwdeksel van achteren met een afgerond, 'oorvormig' aanhangsel waarop een zwarte, roodgerande vlek zichtbaar is. Middelgrote ctenoïdschubben, zijlijn volledig ontwikkeld. Rugvin ongedeeld, de voorste helft met stekelstralen, ook de buiken aarsvin worden door enkele stekelstralen voorafgegaan. Mannetje in de paaitijd op de rug fraai groen-goudkleurig met roodbruine marmertekening, op de flanken geelgroen met roodbruine en glinsterend blauwe vlekjes, op de buik roodbruin tot oranje, de kop dan met blauwe of groenachtige, glinsterende overlangse strepen en de reeds beschreven 'oorvlek', ook het achterste rugvindeel gevlekt. Vrouwtje veel bleker gekleurd, evenals het mannetje buiten de paaitijd.

36-47 schubben in de langste rij. Vinstralen: rugvin 10/10-12, aarsvin 3/8-12, borstvin 11-14.



de zonnebaars wordt in Europa veel in aquaria gehouden de zonnebaars wordt in Europa veel in aquaria gehouden
Leefwijze en leefomgeving

Deze vis stamt uit oostelijk Noord-Amerika, waar hij wegens zijn opvallende kieuwdekselvlek als 'pumpkinseed' (pompoenpit) bekend staat. Hij bewoond kleine, ondiepe meren en plassen, maar ook rustige, dichtbegroeide oevergedeelten van rivieren en grotere meren, het water moet helder zijn. Zonnebaarzen houden zich meestal op een diepte van 1-2 m op, maar 's winters trekken ze zich in dieper water terug. Ze eten allerlei kleine waterdieren, aanvliegende insecten en ook viskuit en jongbroed van vissen. In wateren met weinig roofvijanden ontwikkelen zich vaak kleinblijvende kommervormen, die heel talrijk kunnen zijn. In de paaitijd (in mei en juni, bij watertemperaturen boven 16 °C) maken de mannetjes op zonbeschenen plekjes kuilen in het zand, ze verdedigen daaromheen een territorium, al kunnen de dieren op geschikte plaatsen dicht bij elkaar wonen. Meestal vindt men zulke 'broedkolonies' in ondiep water (15-50 cm) in de buurt van dichte vegetatie. Soms worden gemengde kolonies gevormd met andere Lepomis-soorten (er zijn er ongeveer 10), wat vaak tot het ontstaan van bastaarden leidt. De balts en de ei-afzetting vinden alleen bij zonnig weer plaats, wanneer de blauwe en groene kieurpatronen van het mannetjes het mooist tot uitdrukking komen. Aan dit opvallende gedrag dankt de hele familie zijn naam. Een vrouwtje legt maximaal ca. 5000 eieren, die al na 2-3 dagen uitkomen, het broed wordt door het mannetje bewaakt tot de jongen vrijzwemmen. Meestal worden de dieren na 2 jaar geslachtsrijp. Ze kunnen meer dan 10 jaar oud worden.

De Zonnebaars werd al aan het eind van de 19de eeuw in Europa ingevoerd en heeft zich nadien in talrijke Europese wateren verbreid. Hij werd deels planmatig uitgezet (als Verrijking' voor de kennelijk als ontoereikend beschouwde inheemse fauna), maar ook zijn dieren uit vijvers en aquaria verwilderd (ofwel gewoon in de sloot gegooid). In Nederland komt hij in hoofdzaak in Noord-Brabant voor, en er zijn grote, stabiele bestanden in ZuidDuitsland. Vooral in Zuidwest-Duitsland, met zijn zachte winters, is de uitbreiding nog in volle gang: in 1988 werd hij voor het eerst in het Bodenmeer waargenomen. In Noord-Duitsland komt hij sporadisch voor, en nooit in grote populaties. Of men vroeger ook economische verwachtingen van de Zonnebaars heeft gehad, blijft in nevelen gehuld, in elk geval heeft hij ook in de VS door zijn kleine maat geen handelswaarde of zelfs maar nut voor de hengelaar. In elk geval zijn zulke verwachtingen, mochten ze bestaan hebben, nooit vervuld, integendeel, de Zonnebaars vormt in veel wateren nu een gevaarlijke concurrent voor de inheemse vissoorten.

jonge zonnebaars heeft nog niet de hoge vorm van de volwassen dieren jonge zonnebaars heeft nog niet de hoge vorm van de volwassen dieren
Zonnebaarzen in de Benelux

Als exoot komt de zonnebaars al zo'n 100 jaar voor in de Benelux. De laatste decennia is de soort echter sterk in opmars. Vermoed wordt, dat dat komt doordat vijverliefhebbens hun nakweek soms vrijlaten in de natuur om er diervriendelijk van af te komen.

Daarnaast is het uitzetten van zonnebaarzen een effectieve manier om overlast door insecten als muggen terug te dringen. Een andere vis die hiervoor kan worden gebruikt is de Amerikaanse hondsvis (in vies of zuur water). Deze exoten zijn effectieve insectenbestrijders doordat ze muggenlarven eten en zich zeer snel voortplanten. Met name in geïsoleerde wateren als vennen voorkomt de zonnebaars de ontwikkeling van amfibieën en insecten (met name muggen en libellen).

Natuurbeschermers gruwen meestal van het uitzetten van exoten. Zij beschouwen het uitzetten van buitenlandse diersoorten als onnatuurlijk. Bovendien streven natuurbeheerders vaak naar visvrije wateren omdat zij insecten juist op prijs stellen. Voorstanders van het uitzetten van zonnebaarzen worden soms geconfronteerd met de nadelige effecten van muggen op bijvoorbeeld hun nachtrust. Deze overlast neemt toe als gevolg van het creëren van visvrije poelen, plassen, vennen en vijvers in natuurgebieden.

Hoewel het uitzetten van vissen in de natuur een vergunning vereist (in de tuinvijver mag wel), kunnen natuurbeheerders hier meestal weinig tegen doen omdat ze niet overal tegelijkertijd kunnen controleren. Eenmaal uitgezet zijn zonnebaarzen moeilijk te verwijderen. Daarentegen kunnen buurtbewoners soms weinig doen tegen het plaatsen van bijvoorbeeld een paddenpoel in de omgeving van hun huis.



  
Terug naar home