www.zoetwatervissen-nederland.nl

none
   Home  lijst van vissen  zoeken  contact
 doneer 1,30 euro
doneer 5 euro
 
   

De Winde


de winde de winde
Andere namen
 
Nederlands : Winde
Wetenschappelijk : Leuciscus idus
Engels : Ide
Duits : Nerfling, Orfe
Frans : Ide Mélanote

Uiterlijke kenmerken

Lichaam gestrekt tot hoogrugging, zijdelings samengedrukt. Lengte meestal 30-50 cm, maximaal 80 cm. Mondspleet smal, eindstandig maar wel schuin opgericht. Schubben relatief klein. Buitenrand van de uitgespreide aarsvin hol. Rugzijde meestal donker bruingrijs, flanken zilverig, buik witachtig, oudere dieren opvallend donker. Rugen staartvin donkergrijs, de overige vinnen rossig-grijs tot fel oranjerood (vooral bij jonge vissen), in de paaitijd glanst de buik als messing, de mannetjes hebben dan sterke paringsuitslag.

55-61 schubben op de zijlijn. Vinstralen: rugvin 11-12, aarsvin 12-14, borstvin 16-17, buikvin 10, staartvin 19.



de goudwinde is een kweekvorm die vaak in vijvers wordt gehouden de goudwinde is een kweekvorm die vaak in vijvers wordt gehouden
Leefwijze en leefomgeving

De Winde is een riviervis, die vooral in het barbelengebied leeft, al voelt hij zich ook wel thuis in trager stromende rivierdelen, in de Oostzee dringt hij zelfs in brak water door, en men vindt hem ook in grotere meren met structuurrijke oevers. In de loop van het jaar voert de Winde ingewikkelde trekbewegingen uit. In de paaitijd, van april tot juni, trekken de dieren stroomopwaarts of naar kleinere zijrivieren, waar ze in ondiep water boven grindbodems afzetten. In deze tijd vormen ze grote scholen. Na de paaitijd worden ze solitair en zoeken ze rustiger, plantenrijk water op, zoals ondiepe overstromingsgebieden, waar ze tot de winter blijven om te eten en te groeien. Ze houden zich meestal nabij het oppervlak op en vangen allerlei kleine ongewervelden, ook aanvliegende insecten, 's Winters trekken de dieren zich in diepe delen van rivieren of meren terug.

Vooral in de paaitijd is de Winde sterk gebonden aan stromend water boven grindof zandbodems. Omdat steeds meer wateren in ons werelddeel worden afgedamd of van kale, rechte overs worden voorzien, heeft de Winde steeds minder gelegenheid zich voort te planten. Daarom gaan de bestanden bijna overal sterk achteruit. De Winde is wel wat graterig. maar hij smaakt goed en er wordt dan ook graag op gevist, vroeger werden ze door beroepsvissers met de zegen of met stelnetten gevangen, tijdens de trek.

Een kweekvorm is de Goudwinde, die vaak in tuinvijvers wordt gehouden, als alternatief voor de Goudvis, hij gedraagt zich levendiger en komt meer aan het oppervlak. Hij heeft echter een veel grotere zuurstofbehoefte en vraagt dus een grote, diepe vijver. Waterleidingbedrijven maken gebruik van Goudwindes (naast andere soorten) om de waterkwaliteit te testen.

de winde behoort tot de familie van karperachtigen maar omdat het een roofvis is wordt hij af en toe met kunstaas gevangen de winde behoort tot de familie van karperachtigen maar omdat het een roofvis is wordt hij af en toe met kunstaas gevangen
Ecologische betekenis

De winde is voor zijn voortplanting aangewezen op snel stromend water. Aan het einde van de winter trekt de winde in grote scholen stroomopwaarts en kan daarbij over flinke afstanden trekken.

De populatie herstelt zich langzaam. In de grote rivieren zijn windes echter al talrijk.

Windes hebben een relatief grote bek en eten vaak kleine witvis, daarom worden ze ook vaak met klein kunstaas aan de hengel gevangen.

De winde is afhankelijk van vistrappen voor het bereiken van de paaigronden. Aangezien veel paaigronden gedurende langere tijd voor de winde afgesloten waren, is het de vraag of ze nadat routes geopend zijn, de weg terug vinden. Herintroductie hoort natuurlijk tot de mogelijkheden om de winde verder te helpen.



  
Terug naar home