www.zoetwatervissen-nederland.nl

none
   Home  lijst van vissen  zoeken  contact
 doneer 1,30 euro
doneer 5 euro
 
   

De Vlagzalm


de vlagzalm de vlagzalm
Andere namen
 
Nederlands : Vlagzalm
Wetenschappelijk : Thymallus thymallus
Engels : Grayling
Duits : Asche
Frans : Ombre Commun

Uiterlijke kenmerken

Lengte meestal ca. 30 cm, maximaal 50 cm. Lichaam langgestrekt, zijdelings samengedrukt, met kleine, toegespitste kop, mondspleet klein, bovenkaak iets vooruitstekend, pupil aan de voorzijde iets versmald. Schubben vrij klein, zijlijn volledig. Vetvin aanwezig, staartvin sterk uitgerand. De rugvin begint ver voor de buikvinnen en is sterk vergroot bij het mannetje duidelijk nog groter dan bij het vrouvrtje. Rugzijde blauwgrijs, flanken en buik zilverwit, vooral op de voorste lichaamshelft ziet men witgerande, donkere vlekjes. Buikvinnen meestal roodachtig, rugvin met roodachtige vlekken. Vis in de paartijd tamelijk donker, met roodachtige weerschijn.

74-96 schubben op de zijlijn. Vinstralen: rugvin 17-24, aarsvin 10-15, borstvin 16-17, buikvin 11-12.



de vlagzalm dankt zijn naam aan zijn karakteristieke rugvin de vlagzalm dankt zijn naam aan zijn karakteristieke rugvin
Leefwijze en leefomgeving

De Vlagzalmen zijn nauw met de Salmoniden verwant, ze zijn met 5 soorten vertegenwoordigd in Eurazië en Noord-Amerika. In Europa komt alleen de thymallus voor, deze soort bewoont heldere, zuurstofrijke, stromende wateren beneden hetforellengebied. Vlagzalmen prefereren snel en gelijkmatig stromende watergedeelten met een vaste bodem, daar loeren ze in diepe kuilen of tussen waterplanten op buit. In Noord-Europa komen ze ook in meren voor. Koel water heeft de voorkeur, al kunnen ze tijdelijk hogere temperaturen (tot 25 °C) beter verdragen dan de Beekforel, daarentegen kunnen ze juist slecht tegen temperaturen onder 4 °C. Vlagzalmen zijn trouw aan de standplaats, maar ze verdedigen geen individuele territoria, meestal staan ze in kleine groepjes bij elkaar. Ze eten in hoofdzaak kleine kreeftjes en insectenlarven van de bodem, soms nemen ze insecten van het oppervlak, en grote dieren pakken wel eens een klein visje. Ze maken geen trektochten, maar overigens paaien ze zoals de meeste Salmoniden, in een kleine, door het vrouwtje in het grind geslagen kuil, bij een waterdiepte van ongeveer 50 cm. De paaitijd duurt van maart tot juni. Een vrouwtje produceert 3000-6000 eieren, die na de bevruchting met grind bedekt worden, ze hebben 24 weken nodig om zich te ontwikkelen. De jongen hebben aanvankelijk een donker gestippeld jeugdkleed en staan graag in scholen bijeen.

Vlagzalmen zijn zeer gevoelig voor iedere vorm van watervervuiling. Daarom zijn ze uit veel wateren verdwenen, de resterende bestanden zijn nu met grote hiaten over het totale areaal verspreid.

Als consumptievis staat hij hoog aangeschreven, vanwege de typische tijmsmaak, maar economische betekenis heeft hij niet, want de bestanden zijn klein, hij is moeilijk te vangen en het vlees is niet lang houdbaar. Het is wel een ideale vis voor de vliegvisserij. In sterk beviste wateren kan zich een ongunstige verschuiving in de geslachtsverdeling voordoen. De mannetjes worden namelijk al in hun tweede of derde jaar geslachtsrijp, de vrouwtjes (die ook nog sneller bijten) pas in het vierde jaar, daardoor kan er een gebrek aan vrouwtjes ontstaan, wat natuurlijk nadelig is voor de bestandsontwikkeling.

Ecologische betekenis

De vlagzalm geeft de vlagzalmzone zijn naam, water van dit type kan gevonden worden langs de Geul, en in de bovenloop van de Maas. De vlagzalm is erg gevoelig voor vervuiling en heeft een groot leefgebied nodig.

Grote exemplaren worden territoriaal in hun gedrag.



  
Terug naar home