www.zoetwatervissen-nederland.nl

none
   Home  lijst van vissen  zoeken  contact
 doneer 1,30 euro
doneer 5 euro
 
   

Het Vetje


het vetje het vetje
Andere namen
 
Nederlands : Vetje
Wetenschappelijk : Leucaspius delineatus
Engels : Sunbleak
Duits : Moderlieschen
Frans : Able de Heckel

Uiterlijke kenmerken

Lichaam slank en zijdelings samengedrukt. Staartsteel dun, minder dan half zo hoog als de romp. Ogen relatief groot, mondspleet steil omhooggericht. Lengte meestal 6-8 cm, maximaal 12 cm. Schubben groot en gemakkelijk loslatend, zijlijn onvolledig, alleen op de voorste 7-12 schubben ontwikkeld. Een rij gekielde schubben tussen de buikvinnen en de aarsopening. Rug donker, flanken witen zilverachtig met blauwe weerschijn en een staalblauwe overlangse band, vooral op de achterste lichaamshelft. Vinnen kleurloos of iets roodachtig.

44-50 schubben overlangs (in de langste rij). Vinstralen: rugvin 10-11, aarsvin 14-20, borstvin 14-15, buikvin 10, staartvin 19.



een mannelijk vetje met paaiuitslag, op het riet zijn de eieren te zien die door het mannetje worden verzorgd een mannelijk vetje met paaiuitslag, op het riet zijn de eieren te zien die door het mannetje worden verzorgd
Leefwijze en leefomgeving

Het Vetje is een scholenvis uit de bovenste waterlagen, hij houdt zich bij voorkeur op tussen dichte plantengroei in kleine, stilstaande wateren. Hij leeft van allerlei dierlijk en plantaardig plankton, maar neemt ook insecten aan het oppervlak. Typische biotopen zijn poeltjes, dichtbegroeide vijvers (vaak samen met Karpers), schone sloten en oude rivierarmen. In Duitsland heet hij Moderlieschen, verbasterd uit een ouder Moderloseken ('moederloos visje'), welke naam werd gegeven omdat deze visjes, eerder vaak onopgemerkt, zo schijnbaar 'uit het niets' in allerlei kleine watertjes opdoken. Vetjes vormen broedparen en zetten tussen april en juni af, het vrouwtje kleeft ongeveer 150 eitjes in een spiraalvormige band aan een plantenstengel. Het mannetjes bedrijft broedzorg, hij voert voortdurend vers water naar het legsel door met de vinnen te waaieren en tegen de stengel te duwen. Ook wrijft hij met de kop steeds over de eieren, het aldus afgegeven huidslijm voorkomt aantasting door schimmels en bacteriën. De eieren komen na 9-12 dagen uit. Vetjes worden al na een jaar geslachtsrijp.

Deze aan kleine watertjes aangepaste soort stelt weinig eisen aan zijn omgeving, daarom is het eigenlijk vreemd dat hij de laatste tijd op veel plaatsen zo zeldzaam is geworden. Dat komt vooral doordat het in ons dichtbevolkte werelddeel haast onmogelijk lijkt om zulke biotopen gewoon eens een tijdje met rust te laten, als men ze al niet geheel drooglegt, dan worden ze wel met afval volgestort of door zwermen recreanten 'bezocht'. Viskwekers bestrijden zulke 'onproductieve' voedselconcurrenten van hun vijvervissen meestal door periodieke drooglegging na het leegvangen, en ook veel hengelaars beschouwen ze als Visonkruid' dat alleen in leven mag blijven waar het als voer voor edeler roofvissen kan dienen. Daardoor staat het Vetje nu al in grote delen van Europa op de 'Rode Lijst'.

closeup van de eieren die aan waterplanten kleven closeup van de eieren die aan waterplanten kleven
Knelpunten

Het verdwijnen van onderwaterplanten door vermesting en vervuiling van stilstaande wateren. Bij veldonderzoek in de Gelderse Rassenbeek bleek dat vetjes zich maar één generatie lang konden handhaven. Ecologische kennis over het vetje in Nederland ontbreekt.

Een ander probleem is de introductie van een nieuwe parasiet die bij de oorspronkelijke gastheer, de Blauwband (Pseudorasbora parva) nauwelijks problemen geeft, maar de stand van het vetje kan decimeren.


  
Terug naar home