www.zoetwatervissen-nederland.nl

none
   Home  lijst van vissen  zoeken  contact
 doneer 1,30 euro
doneer 5 euro
 
   

De Tiendoornige stekelbaars


de tiendoornige stekelbaars de tiendoornige stekelbaars
Andere namen
 
Nederlands : Tiendoornige stekelbaars
Wetenschappelijk : Pungitius pungitius
Engels : Ten-Spined Stickleback
Duits : Zwergstichling
Frans : Épinochette

Uiterlijke kenmerken

Lichaam zijdelings samengedrukt, zeer slank, met lange, dunne staartsteel. Lengte 4-7 cm. Kop zeer lang, spits toelopend, met grote ogen en kleine, eindstandige bek. Schubben ontbrekend, staartsteel met ca, 10 iets gekielde beenplaten bezet, zelden naakt, zijlijn volledig ontwikkeld. Rugvin ver naar achteren geplaatst, voorafgegaan door 7-12 (meestal 10 of 11) losstaande, opzetbare stekels, deze slechts half zo lang als de zachte stralen in de rugvin. Buikvinnen met slechts 2 stralen, de voorste daarvan stekelvormig. Rug donker grijsbruin, flanken okerkleurig met donkere, onscherpe dwarsbanden (vaak vaag of tot vlekken opgelost), buik geelachtig of wit. Mannetjes in de paaitijd zeer donker, met gitzwarte keel en contrasterend witte buikvinnen, en donkere rugen aarsvin.

Vinstralen: rugvin 7-12/9-12, aarsvin 1/8-13, borstvin 9-11, buikvin l/l.



de stekels van de tiendoornige stekelbaars zijn veel minder prominent dan bij de driedoornige stekelbaars de stekels van de tiendoornige stekelbaars zijn veel minder prominent dan bij de driedoornige stekelbaars
Leefwijze en leefomgeving

De Tiendoornige stekelbaars is (anders dan de Driedoornige) een tamelijk schuw visje, dat meer in kleine watertjes te vinden is dan zijn grotere verwant. Meestal bewoont hij ondiepe dicht met planten begroeide plasjes en sloten in het laagland, ook weer vaak in de buurt van de kust. Hij dringt zelfs minder in het binnenland door dan de Driedoorn, hoewel hij minder vaak in brak water wordt aangetroffen, en nog zeldzamer in zee. Mariene, anadrome vormen bestaan niet. De Tiendoorn is behoorlijk resistent tegen lage pH-waarden en een gering zuurstofgehalte, hij wordt zelfs in hoogvenen gevonden. Buiten de paaitijd vormen de volwassen dieren kleine scholen, maar ze treden nooit massaal op, jonge exemplaren leven solitair in de vegetatie. De paaitijd duurt van april tot augustus. Ze maken een nest, meestal niet op de bodem maar hoog in dichte plantenmassa's, alleen bepaalde populaties in Amerika bouwen bodemnestjes. De balts lijkt sterk op die van de Driedoornige stekelbaars, ook Tiendoorn-mannetjes kennen de 'zigzagdans'. De pas uit het ei gekomen visjes worden door hun vader naar een speciaal daarvoor gebouwde 'kinderkamer' ondergebracht. Ook deze soort leeft maar kort: 3 jaar is wel het maximum, en vaak sterven de dieren al nadat ze hun eerste nestje hebben grootgebracht.

De rugen buikstekels van stekelbaarzen vormen een effectieve bescherming tegen roofvissen. Bij onderzoek is aangetoond dat vooral de langstekelige Driedoornige stekelbaarzen niet graag door Baarzen en Snoeken worden gegeten. De korte stekeltjes van de Tiendoorn blijken minder afschrikwekkend, maar de schuwe leefwijze en het onopvallende baltstenue van de mannetjes maken dit nadeel weer goed.

De Tiendoornige stekelbaars is aangewezen op kleine plasjes, ondiepe verlandingszones en moerassen, daarom lijdt hij meer onder agrarische en waterbouwkundige ingrepen dan zijn minder veeleisende Driedoornige verwant. Door ontwatering en bedijkingen zijn veel biotopen verloren gegaan, zodat hij in sommige gebieden erg zeldzaam is geworden.


  
Terug naar home