|
|
De Sterlet
de sterlet
|
|
Andere namen
|
|
Nederlands :
|
Sterlet
|
|
Wetenschappelijk :
|
Acipenser ruthenus
|
|
Engels :
|
Sterlet
|
|
Duits :
|
Sterlet
|
|
Frans :
|
Sterlet
|
Uiterlijke kenmerken
Lengte meestal tussen 40 cm en 1 m, zelden tot 1,25 m. De 11-18 rugschiiden eindigen in een haakvormig punt, ze staan dich opeen en vormen een scherpe kiel op de rug. Er zijn 60-70 smalle flankschilden, die elkaar dakpansgewijs bedekken, verder nog 10-20 buikschilden (per rij). Het lichaam is slank, de snuit stomp of soms lang en vrij spits, met een stompe kiel aan de onderzijde. De rolronde baarddraden hebben franje aan de top en zijn relatief lang, vergeleken met andere soorten. De vinnen, vooral de buikvinnen, zijn opvallend groot. De rugzijde is donkergrijs tot olijfbruin, de buik geelachtig, roze of wit.
|
er is ook albino variant van de sterlet
|
Leefwijze en leefomgeving
Deze kleinste steurachtige is een zuivere zoetwatervis, alleen in het noordelijke deel van de Kaspische Zee komt hij ook regelmatig in brak water voor. Hij leeft in riviergedeelten met waarneembare stroming, vooral in het barbelengebied en het brasemgebied. Wegens de sterke variatie in de snuitvorm werden vroeger diverse ondersoorten onderscheiden, tegenwoordig denkt men dat de oorzaak moet worden gezocht in verschillende voedingsgewoonten. Dieren met zeer lange, spitse snuit komen voor in wateren met gering voedselaanbod, waarin ze dus slechts langzaam groeien. Bij hoogwater in het voorjaar, als de sneeuw smelt, worden de dieren blijkbaar aangezet tot het ondernemen van trektochten naar de bovenlopen, daar zetten ze in mei en juni hun eieren in snelstromend water op grindbodems af. Een vrouwtje kan tot 100000 kleverige eieren produceren, die aan de stenen plakken. De zwarte, zoals altijd bij steurachtigen op kikkervisjes gelijkende larven komen na 4-5 dagen uit, ze verblijven aanvankelijk in rustige, ondiepe watergedeelten waar ze na het uitkomen passief worden heengedreven.
De Sterlet eet in hoofdzaak bodembewonende insectenlarven (bijv. kokerjuffers), andere ongewerrvelden en ook viskuit, grote exemplaren nemen een enkele keer een visje. De mannetjes zijn al na 3-5 jaar geslachtsrijp, de vrouwtjes pas na 5-7 jaar. De Sterlet wordt niet veel ouder dan 25 jaar. In de vrije natuur vindt men regelmatig bastaarden met allerlei andere steurachtigen. Vooral kruisingen met Russische steur en Spitssnuitsteur komen veel voor, de bastaarden blijven ook meestal hun hele leven in zoet water.
De Sterlet speelt geen economische rol van betekenis, gelet op de vangsthoeveelheden. Omdat ze snel groeien, neemt de belangstelling van de zijde van viskwekerijen wel toe. Vooral de in Rusland gefokte bastaarden van Sterlet-mannetjes en Huso-vrouwtjes lijken veelbelovend, daaraan heeft men de naam 'bester' gegeven, een vermenging van de Russische namen van de oudersoorten (sterljad, resp. beluga).
|
De Sterlet in Nederland
Hoewel de Sterlet niet van origine in Nederland voorkomt wordt hij tegenwoordig toch af en toe gevangen door sport- en beroepsvissers. Dit zijn waarschijnlijk vijvervissen die zijn vrijgelaten in de natuur. De vissen worden vaak verward met de Atlantische Steur die zo goed als niet voorkomt in Nederland. Het is onwaarschijnlijk dat de Sterlet zich hier voorplant.
|
|
|
|
|