www.zoetwatervissen-nederland.nl

none
   Home  lijst van vissen  zoeken  contact
 doneer 1,30 euro
doneer 5 euro
 
   

De Rivierdonderpad


de rivierdonderpad de rivierdonderpad
Andere namen
 
Nederlands : Rivierdonderpad
Wetenschappelijk : Cottus gobio
Engels : Bullhead
Duits : Groppe, Mühikoppe
Frans : Chabot

Uiterlijke kenmerken

Lichaam plomp, maar naar achteren sterk versmald. Lengte 10-15 cm, maximaal 18 cm. Kop groot, breed en plat, met zeer brede, eindstandige mondspleet. Kieuwdeksel met krachtige stekel aan de achterrand. Ogen hoog in de kop gezet. Schubben ontbrekend, zijlijn tot op de staartsteel doorlopend. Rugvin tweedelig, het voorste deel stekelig, buikvinnen kort en borststandig (de binnenste straal weinig korter dan de buitenste). Borstvinnen zeer groot, onderin met verdikte, buiten het vinmembraan uitstekende stralen. Kleuren variabel, afhankelijk van belichting en ondergrond, meestal grijs tot lichtbruin met donkere marmertekening of banden. Buik witachtig, buikvinnen nooit gebandeerd.

Vinstralen: voorste rugvin 5-9, achterste rugvin 13-19, aarsvin 10-15, borstvin 12-16, buikvin 1-4.



de rivierdonderpad 'ligt' vaak op de bodem de rivierdonderpad 'ligt' vaak op de bodem
Leefwijze en leefomgeving

De Rivierdonderpad bewoont ondiepe, snelstromende beken uit het forellengebied, alsook grindachtige oevers van koude, zuurstofrijke bergmeren. Overdag zitten ze onder of tussen stenen verborgen, maar als de avond valt bewegen ze zich eigenaardig huppend over de bodem. Ze zwemmen nooit in open water, zelfs de kleinste stuwtjes in een beek vormen een onoverkomelijke hindernis voor ze. Rivierdonderpadden eten in hoofdzaak vlokreeftjes, insectenlarven en andere ongewervelden, maar ook viskuit en jongbroed van vissen. Uit maagonderzoek is gebleken dat er bijna geen overlap is met de voedselkeuze van de Beekforel uit dezelfde biotopen. Maar al delen ze vaak eensgezind hun voedsel, toch weerhoudt dit de donderpadden er niet van, eieren en jongen van de forellen op te eten. Daar staat tegenover dat forellen ook wel eens een donderpadje buitmaken. Rivierdonderpadden paaien van februari tot mei in kleine, door het mannetje uitgegraven holletjes onder stenen. Het nest wordt door het mannetje bewaakt, tot de jongen na ongeveer 4-5 weken uit het ei komen.

De Rivierdonderpad is zeer gevoelig voor alle soorten van watervervuiling. Hij kan door alle bestaande hindernissen vaak ook niet snel een beek opnieuw koloniseren als zijn soort daar eerder uit verdwenen was. Bovendien worden ze als 'broedrover' in veel forellenbeken gericht bestreden. Nog altijd zien veel mensen onze natuurlijke wateren puur als kwekerijen voor consumptievis. Men probeert dan alle factoren weg te nemen die nadelig zijn voor de bestandsdichtheid van de 'nuttige' soorten, zonder rekening te houden met de ecologie van het water. Gelukkig is deze mentaliteit sinds enige tijd aan het veranderen. Vroeger kwamen Rivierdonderpadden ook voor in stenige delen van de bedding van grotere rivieren, maar door watervervuiling en slibafzetting zijn ze nu tot de schone bovenlopen beperkt, het areaal is dus sterk versnipperd. Deze interessante dieren zou men kunnen bevorderen door wegname van de barrières in hun watertjes, wat vaak weinig geld en moeite kost.


  
Terug naar home