www.zoetwatervissen-nederland.nl

none
   Home  lijst van vissen  zoeken  contact
 doneer 1,30 euro
doneer 5 euro
 
   

De Kleine modderkruiper


de kleine modderkruiper de kleine modderkruiper
Andere namen
 
Nederlands : Kleine modderkruiper
Wetenschappelijk : Cobitis taenia
Engels : Spined Loach
Duits : Steinbeisser
Frans : Lochede Rivière

Uiterlijke kenmerken

Lichaam langgestrekt, zijdelings samengedrukt. Lengte 6-8 cm, maximaal 13 cm. Kop zeer smal, met hoog ingezette ogen, mondspleet klein en onderstandig, 3 paar baarddraden aan de bovenkaak. Neusopeningen niet buisvormig verlengd. Onder het oog zit een opzetbare, gevorkte stekel. Schubben zeer klein, zijlijn onvolledig. Bovenzijde geel en bruin gemarmerd met een rij zwarte, geelgerande vlekken en strepjes op de rug en twee zulke rijen van grotere vlekken op de flank, buik witachtig.

Vinstralen: rugvin 8-12, aarsvin 7-9, borstvin 7-9, buikvin 6.



op de bodem is de kleine modderkruiper goed gecamoufleerd op de bodem is de kleine modderkruiper goed gecamoufleerd
Leefwijze en leefomgeving

De Kleine modderkruiper is zeer trouw aan zijn standplaats, hij leeft solitair, op de bodem van heldere, stromende of stilstaande wateren met zandige bodem. Overdag zit hij in het zand begraven, als het donker is, gaan ze de bodem afzoeken naar kleine diertjes of organische afval. Daarbij nemen ze steeds een hapje zand, kauwen daarop om de eetbare bestanddelen eruit te halen en spuwen het zand dan via de kieuwspleten weer uit. De paaitijd loopt van april tot juni, de kleverige eitjes worden op het zand of aan planten afgezet. Door hun gravende levenswijze zijn de dieren lastig te vinden. Ze werden altijd al als zeldzaam beschouwd, en over de ontwikkeling van de bestanden is dus niets met zekerheid te zeggen. Ook de areaalgrenzen zijn lang niet zeker.

Ecologische betekenis

Kleine modderkruipers komen in een groot aantal watertypen voor, zoals sloten, beekjes en meren, verspreid over heel Nederland. De soort ondervindt geen bedreigingen in Nederland voor wat betreft zijn overleving.

Door verbeterde inventarisatietechnieken (elektrische schepnetten) zal waarschijnlijk blijken dat de soort nog op een groter aantal plaatsen voorkomt in Nederland dan nu bekend is.



  
Terug naar home