www.zoetwatervissen-nederland.nl

none
   Home  lijst van vissen  zoeken  contact
 doneer 1,30 euro
doneer 5 euro
 
   

De Giebel


de giebel de giebel
Andere namen
 
Nederlands : Giebel
Wetenschappelijk : Carassius auratus gibelio
Engels : Goldfish
Duits : Giebel
Frans : Gibčle

Uiterlijke kenmerken

Lichaam hoogruggig, zijdelings samengedrukt. Lengte meestal 15-25 cm, maximaal 45 cm. Mondspleet eindstandig, zonder baarddraden. Rugvin lang, met recht afgesneden of licht uitgeholde zoom, aarsvin kort, staartvin met duidelijke inbochting. Rugzijde donkergrijs tot bruingrijs (nooit groenachtig), flanken en buik glanzend lichtgrijs rot geelwit. Staartwortel altijd zonder vlek. Alle vinnen zonder spoor van rode kleuren.

27-32 schubben op de zijlijn. Vinstralen: rugvin 17-25, aarsvin 7-11, borstvin 13-15, buikvin 7-11, staartvin 19.



goudkleurige variant van de giebel goudkleurige variant van de giebel
Leefwijze en leefomgeving

De Giebel lijkt veel op de Kroeskarper, zowel uiterlijk als door zijn leefwijze. De naastverwante soort is de Goudvis {Carassius auratus), die in Oost-Azië voorkomt, van Zuld-China tot het Amoer-bekken, daaruit werd ongeveer 1000 jaar geleden in China de goudkleurige vorm gekweekt die we in onze vijvers houden. Morfologisch is de Giebel nauwelijks van de Goudvis te onderscheiden. Hij Is al heel lang uit West-Azië en het Pontische gebied bekend, zijn areaal reikt vermoedelijk tot in Centraal-Azië. Het is niet zeker of hij daar ook oorspronkelijk inheems Is, hij zou ook uit China kunnen zijn ingevoerd. In elk geval staat vast dat de Giebel zich gestaag naar het westen uitbreidt (uitgezette dieren leven nu al in Engeland en Spanje) en daarbij plaatselijk de inheemse Kroeskarper verdringt. Weliswaar is hij minder goed bestand tegen extreme milieu-omstandigheden, maar hij heeft een grotere ecologische amplitude: hij is niet tot stilstaande wateren beperkt, maar komt ook in langzaam stromend water voor.

De Giebel heeft ook een andere voortplantlngsstrategle ontwikkeld dan de Kroeskarper en de Goudvis: mannelijke Giebels komen nauwelijks voor. De vrouwtjes zetten in gemengde scholen met andere soorten af, de ontwikkeling van de eieren wordt wel door het binnendringen van andersoortig sperma op gang gebracht, maar het komt niet tot een echte bevruchting met kernversmelting. Uit deze eieren ontstaan zo uitsluitend vrouwelijke Giebels, het verschijnsel wordt gynogenese genoemd. Op deze wijze kan een enkel uitgezet dier een hele populatie grondvesten tenminste als er ook andere in scholen paaiende karperachtigen aanwezig zijn.

Ecologische betekenis

De giebel is een vis die tolerant is voor vervuild water, het is vaak een van de laatste vissoorten die in vervuild water gevonden wordt. De giebel komt vaak voor in wateren met kleiige of zandige bodem, terwijl de kroeskarper meer gevonden wordt in plantenrijke wateren met een zachte veenbodem.

De giebel is een grondelaar, daardoor draagt hij bij tot de vertroebeling van het water. Het is een alleseter, hij eet zowel insecten als planten. Een vrouwtjesgiebel legt gemiddeld 268.000 eitjes, meerdere keren per jaar.

Een giebel kan de winter overleven mits het water diep genoeg is.


  
Terug naar home