www.zoetwatervissen-nederland.nl

none
   Home  lijst van vissen  zoeken  contact
 doneer 1,30 euro
doneer 5 euro
 
   

De Fint


de fint de fint
Andere namen
 
Nederlands : Fint
Wetenschappelijk : Alosa fallax
Engels : Twaite Shad
Duits : Finte
Frans : Alose Feinte

Uiterlijke kenmerken

Lengte ongeveer 35 cm, maximaal 55 cm. Flanken en buik zilverig glanzend, deels goudkleurig aangelopen, rugzijde bruinachtig groen, achter de bovenrand van de kieuwdeksels is een zwarte schoudervlek zichtbaar, daarachter vaak nog een reeks donkere vlekken (tot 8). Lichaam tamelijk hoogruggig, zijdelings sterk samengedrukt. Zijlijn ontbrekend. Buikrand met een rij gekielde schubben voor en achter de buikvinnen. Kop groot, met diepe, tot onder achterrand van de ogen reikende mondspleet, ogen met onbeweeglijke, transparante 'vetleden'. De korte rugvin begint ongeveer ter hoogte van de buikvinnen, in het midden van de staartvin lopen twee beschubde velden bijna tot de vinrand door.

55-65 schubben in de langste overlangse rij. Vinstralen: rugvin 18-21, aarsvin 20-27, borstvin 14-16, buikvin 8-9. De eerste kieuwboog draagt 35-60 verbeende kieuwzeefaanhangsels.



fint fint
Leefwijze en leefomgeving

De Haringfamilie (Clupeidae) omvat wereldwijd bijna 200 soorten, daarvan leeft ongeveer de helft uitsluitend in zee, ca. 30 soorten bewonen uitsluitend zoete wateren in de tropen, enkele ondernemen trektochten tussen de zee en het brakke of zoete water, waaronder ook de Fint en zijn naaste verwanten. De meeste haringachtigen zijn echte scholenvissen, die in grote zwermen rondtrekken en zich ook in schoolverband voortplanten.

De Fint is een anadrome soort, hij brengt het grootste deel van zijn leven in de kustzeeën door, maar als hij geslachtsrijp is geworden (op de leeftijd van 2-3 jaar) trekt hij in het voorjaar (van april tot juni) de benedenlopen van de rivieren binnen. De meeste dieren blijven in het zoetwatergetijdengebied, maar sommige stijgen tot de middenof zelfs bovenloop de rivieren op. In zoet water nemen de kuitrijpe dieren geen voedsel tot zich. De voortplanting vindt van mei tot juli plaats, bij nacht en in grote groepen, de paaiplaatsen liggen in ondiep water boven een zandof grindbodem. De eieren kleven niet, worden dus met de stroom meegevoerd, over de bodem. Zodra de ei-afzetting heeft plaatsgevonden trekken de vissen naar zee terug. Afhankelijk van de temperatuur komen de eieren na 2-8 dagen uit, de larven zijn aanvankelijk pigmentloos. Ze blijven tot de late zomer in zoet water en ontwikkelen zich daar tot jonge vissen met een lengte van ca. 10 cm, alvorens ze naar zee trekken. De Fint leeft van plankton (bijv. kleine kreeftachtigen) die met de kieuwzeef uit het ademwater worden gefilterd, ook kleine visjes worden echter niet versmaad.

De Fint is nooit populair geweest als consumptievis, de economische betekenis was ook vroeger gering. Door de vervuiling van de paaiplaatsen en deels ook door de aanleg van stuwen op hun trekroute zijn de bestanden sterk achteruitgegaan.

Ecologische betekenis

In 1938 werden een miljoen finten gevangen maar na de afsluiting van het Haringvliet verdween de fint uit het stroomgebied van de Rijn en de Maas. De vis is nog niet uitgestorven, want er zijn nog paaigebieden in Groot-Brittannië, Frankrijk en Spanje.

Naast het verdwijnen van zoetwater-getijdenzones speelde ook de vervuiling van de bodem een rol, de bodem raakte bedekt met een laag slib die zuurstofarm was.

Er bestaat een mogelijkheid dat de sluizen van het Haringvliet bij eb en vloed weer opengaan. Hierdoor komt het tij terug en zal ook de Biesbosch zich in zijn oude glorie herstellen. Door de stroming zal het slib wegspoelen en herstelt het milieu zich voor een gezonde Nederlandse fint-populatie.

In Groningen, in het Eems-Dollard estuarium, komt de fint incidenteel voor. Zo is er in 1999 een substantiële hoeveelheid jonge vis gevangen.

Op het Belgisch Continentaal Plat wordt de fint weer regelmatig gevangen sinds 2003.




  
Terug naar home