|
|
De Elrits
de elrits
|
|
Andere namen
|
|
Nederlands :
|
Elrits
|
|
Wetenschappelijk :
|
Phoxinus phoxinus
|
|
Engels :
|
Minnow
|
|
Duits :
|
Eiritze
|
|
Frans :
|
Vairon
|
Uiterlijke kenmerken
Lichaam gestrekt, in de voorste helft rolrond, bij de staartsteel iets zijdelings samengedrukt. Lengte meestal 6-10 cm, de vrouwtjes maximaal 14 cm. Kop van opzij gezien sterk afgerond, met grote ogen en eindstandige bek. Schubben zeer klein, zijlijn meestal alleen op de voorste lichaamshelft ontwikkeld. Rugvin ver achter de buikvinnen geplaatst. Kleuren regionaal verschillend, de dieren kunnen ook snel van kleur veranderen. Rugzijde meestal donkerolijf tot grijsgroen, flanken ook zo gekleurd maar met donkere, onregelmatige dwarsbanden en een goudkleurige overlangse streep boven de zijlijn. Mannetjes in de paaitijd zeer bontgekleurd, met felrode buik en glanzend mosgroene flanken, daarbij vaak de lengteband of juist de dwarsbanden met goud afgezet en het kieuwdeksel witgerand (ook weer regionaal verschillend). Beide geslachten krijgen paringsuitslag op de kop.
80-110 schubben op de zijlijn. Vinstralen: rugvin 8-11, aarsvin 10-11, borstvin 15-16, buikvin 9-10, staartvin 19.
|
een school met elritsen
|
Leefwijze en leefomgeving
De EIrits bewoont allerlei stromende en stilstaande wateren, als ze maar helder en zuurstofrijk zijn. Typische biotopen zijn kleine beken en ondiepe bergmeren met grindbodems, tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau. Ze leven daar vaak in grote scholen bijeen, aan het oppervlak, meestal verwijderen ze zich niet ver van hun schuilplaatsen onder overhangende oevers met uitstekende wortels, grote stenen en liefst dichte plantengroei onder water. Bij gevaar trekken ze zich daar ook bliksemsnel in terug. Ze zijn niet zonder reden zo voorzichtig, want deze kleine visjes hebben vele roofvijanden niet alleen allerlei grotere vissen (met name Beekforel en Kopvoorn), maar ook ijsvogels en zelfs waterspitsmuizen. Alle dieren in een school zijn ongeveer even groot. Aldus ziet een predator zich tegenover een heleboel identieke prooien gesteld, en kan hij bij het toestoten op het laatste moment vaak niet 'kiezen', omdat hij uit verschillende richtingen even sterke prikkels ontvangt. In de school worden EIritsen waarschijnlijk minder door optische signalen bijeengehouden, dan door chemische prikkels (geuren). Daarom blijft het schoolverband ook 's nachts in stand, dit in tegenstelling tot veel andere scholenvissen.
EIritsen eten zowel bodemdiertjes als ook aanvliegende insecten. Van april tot juli ondernemen ze korte trektochten. In kleine schooltjes trekken ze dan naar ondiepe plekken boven grindbodems, in beken komen ze vaak dicht bij de bron uit, maar in stilstaande wateren paaien ze bij de oever. Tijdens de trek laten ze hun kleurige 'bruiloftskleed' zien. Afgezet wordt ook weer in groepen, boven fijn grind of grof zand, een enkel vrouwtje produceert 200-1000 eieren. Die liggen losjes onder het zand begraven en komen na 5-10 dagen uit. De jongen zijn de eerste dagen zeer lichtschuw en verstoppen zich vaak onder stenen, later ziet men ze vaak samen met even grote jonge forellen in gemengde scholen. Tijdens het lange paaiseizoen kan men in hetzelfde water vele groepen dieren zien afzetten, of dat steeds andere dieren zijn, of dat sommige vaker per seizoen paaien is nog niet duidelijk. In elk geval wordt zo bereikt dat bij ongunstige weersomstandigheden niet al het broed van een hele jaargang vernietigd wordt, wat voor zo'n kortlevend visje als de EIrits al gauw funest voor het hele bestand zou kunnen zijn.
|
natuuropname van de elrits
|
Vroeger was de EIrits algemeen, echt een massavisje, thans is hij uit grote delen van Midden-Europa vrijwel verdwenen, en dat zegt dus veel over de toestand van onze wateren. Vaak is de hoofdoorzaak niet zozeer de watervervuiling, al heeft de zuurstofbehoeftige EIrits daar ook wel problemen mee, maar vooral het overmatig uitzetten van forellen, die de bestanden van dit 'visonkruid' snel kunnen decimeren. EIritsen reageren heel gevoelig op verstoring van hun leefomgeving, en met de elektrovisserij (als beheersmaatregel) is deze soort waarschijnlijk niet gediend. In meer natuurlijke, minder intensief beheerde wateren zouden EIritsen zich vaak zonder problemen kunnen handhaven. Het zou goed zijn als hengelaars ook zulke 'waardeloze' visjes in hun viswater zouden dulden en ze niet louter zouden beschouwen als 'leuk aas voor forellen'. De EIrits is een beroemd laboratoriumdier. Onze huidige kennis over de zintuiglijke prestaties van vissen stamt grotendeels uit onderzoek dat aan de EIrits werd verricht. Vooral aan de bioloog Karl von Frisch hebben we veel fundamentele gegevens te danken over waarneming en productie van geluiden, de smaakzin en het kleurenzien bij vissen.
|
Ecologische betekenis
De elrits komt voor in helder stromend water met een bodem van zand of grind. Hij komt in Nederland voor in de Geul en op de Veluwe in de Eperbeken. Op de Veluwe worden maatregelen genomen zodat de elrits zijn domein kan uitbreiden.
De elrits kent ook een "goud"-variant, de goudelrits. De elrits is een goedkoop visje die het goed doet in een beplante vijver. De elrits is gevoelig voor verontreiniging van het water en wordt derhalve wel als "kanarie" gebruikt.
|
|
|
|
|