www.zoetwatervissen-nederland.nl

none
   Home  lijst van vissen  zoeken  contact
 doneer 1,30 euro
doneer 5 euro
 
   

De Elft


de elft de elft
Andere namen
 
Nederlands : Elft
Wetenschappelijk : Alosa alosa
Engels : Allis Shad
Duits : Maifisch
Frans : Grande Alose

Uiterlijke kenmerken

De elft kan tot maximaal 80 cm lang worden en een iets gedrongen lichaamsvorm (met de grootste hoogte voor de rugvin). Achter de kieuwdeksels is een donkere schoudervlek zichtbaar, daarachter vaak nog 1-2 vlekken. Voor een zekere herkenning moet het aantal schubben geteld worden (70-86 in de langste rij), alsook het aantal kieuwzeefaanhangsels (90-155).



de elft geldt als uitgestorven in Nederland, dit exemplaar is gevangen is Ierland waar hij ook nog maar sporadisch voorkomt de elft geldt als uitgestorven in Nederland, dit exemplaar is gevangen is Ierland waar hij ook nog maar sporadisch voorkomt
Leefwijze en leefomgeving

De elft is een anadrome vis die, eenmaal geslachtsrijp, vanuit zee de rivieren optrekt naar de hoog stroomopwaarts gelegen paaiplaatsen. In de Atlantische Oceaan en de Noordzee moeten ooit gigantische hoeveelheden elften hebben rondgezwommen. Het uitsterven van de elft zal net als het verdwijnen van zijn "medetrekkers" zalm en steur te wijten zijn aan het verdwijnen of onbereikbaar worden van de voornaamste paaiplaatsen. De intensieve visserij, de watervervuiling en wellicht ook de steeds drukkere scheepvaart, hebben aan de uitroeiing bijgedragen.

Ook onze grote rivieren werden door de elft voor de paaitrek gebruikt. Vooral in de Rijn en Maas vond een enorme trek plaats. Deze begon zo omstreeks maart en duurde tot mei. De elft trok in de regel zeer ver stroomopwaarts. In de Rijn kwamen ze tot boven Bazel en Laufenburg. De vis trok daarbij ook de zijrivieren als de Neckar, Main en Moezel op. In tegenstelling tot de eveneens optrekkende Rijnzalm, zochten de elften niet de vlakke beken in de forelzone op. De elften paaiden massaal boven de grindbeddingen van de hoofdstroom. De in de rivier geboren jonge elften, bleven een zomer in de omgeving van hun geboorteplaats hangen. In het najaar, als ze tussen de 80 en de 140 mm lang waren, zakten de jonge vissen de rivier af, hun ouders achterna. Deze waren vrij snel na het paaien weer teruggetrokken naar de voedselrijke zee.

De elft leeft vooral van zwevend dierlijk plankton. Hij graast vooral de bovenste waterlagen af, waar de planktonrijkdom het grootst is (vergelijkbaar dus met de planktonetende walvis). Het merendeel van de in ons land gevangen elften was rond de 50 cm lang. De langzaam groeiende vis kon echter aanzienlijk groter worden en er zijn dan ook vangsten bekend van elften die de meter haalden.


  
Terug naar home