|
|
De Driedoornige stekelbaars
driedoornige stekelbaars
|
|
Andere namen
|
|
Nederlands :
|
Driedoornige stekelbaars
|
|
Wetenschappelijk :
|
Gasterosteus aculeatus
|
|
Engels :
|
Three-Spined Stickleback
|
|
Duits :
|
Dreistachliger Stichling
|
|
Frans :
|
Épinoche
|
Uiterlijke kenmerken
Lichaam zijdelings samengedrukt, van opzij gezien met bijna rechte buiklijn en duidelijk gekromde rug. Lengte 4-8 cm, vormen uit zee tot 11 cm. Kop zeer lang, spits toelopend. met grote ogen en een kleine, eindstandige mondspleet. Schubben ontbreken, in plaats daarvan is een rij grote, verticale beenplaten ontwikkeld, die opzij van de dunne staartsteel een gekielde richel vormen (trachurus-vorm), bij zoetwatervormen zijn alleen beenplaten op de voorste lichaamshelft ontwikkeld, of ze ontbreken geheel. Zijlijn volledig ontwikkeld. Rugvin ver naar achteren geplaatst, voorafgegaan door 2-5 (meestal 3) losstaande, opzetbare stekels, buikvinnen met slechts 2 stralen, de voorste daarvan stekelvormig. Rugzijde blauwgrijs tot olijfbruin, flanken vaak geelachtig (bij mariene vormen met metaalglans), buik wit. Het mannetje krijgt in de paaitijd een turquoise rug, glinsterend blauwe ogen en een dieprode keel en buik.
|
tijdens de paaitijd krijg het mannetje een turquoise rug, glinsterend blauwe ogen en een dieprode keel en buik
|
Leefwijze en leefomgeving
Deze soort omvat zowel anadrome vormen die vanuit zee de rivieren optrekken om te paaien, alsook stationaire zoetwaterpopulaties. Buiten de paaitijd vormen ze losse scholen, ze verblijven dan meestal in ondiep, rustig water met veel plantengroei, maar worden ook wel in beken en zelfs in volle zee gezien. De anadrome vormen trekken in het voorjaar naar zoet water, waar de mannetjes op beschutte plaatsen een territorium vormen. Op de bodem, meestal tussen waterplanten, maakt het mannetje een klein, bolof buisvormig nest van stukjes plant e.d., die met een uitscheidingsproduct van de nier tot een elastische korf worden aaneengekleefd. Passerende vrouwtjes worden met eigenaardige, wippende bewegingen (de 'zigzagdans') begroet, als ze tot paren bereid zijn, tonen ze hun gezwollen buik, volgen het mannetje naar het nest en wringen zich daar naar binnen. De eieren worden alleen afgezet als het mannetje met de bek snelle roffels geeft op de nog naar buiten stekende staartsteel. Nadat ze de hele voorraad eieren heeft afgezet, verlaat het vrouwtje het nest aan de tegenoverliggende zijde. Het mannetje zwemt na haar door, en bevrucht daarbij de eieren in het nest, daarna maakt hij de beide openingen dicht en gaat op wacht staan, tot na ongeveer een week de jongen uit het ei komen. Hij bewaakt en verdedigt ook daarna nog een tijdlang zijn kroost, dat hem in een dichte school volgt. In het volgende voorjaar worden de jongen al geslachtsrijp, de meeste stekelbaarzen worden echter ook niet ouder dan 2 jaar. In de kustgebieden van Europa is de Driedoornige stekelbaars vaak de algemeenste vis in zoete wateren. De eutrofiëring van meren en plassen werkt in hun voordeel, vooral door de sterk toegenomen plantengroei.
|
Ecologische betekenis
De stekelbaars is een belangrijke voedselbron voor vogels als de lepelaar. Veel moeite wordt getroost om in de broedgebieden van de lepelaar een milieu te scheppen waar o.a. de stekelbaars van profiteert. Zo zijn er in de Oostvaardersplassen poelen gegraven en is er op Texel een vistrap gemaakt waardoor de vis het zoete water kan bereiken.
|
|
|
|
|