|
|
De Bruine dwergmeerval
de bruine dwergmeerval
|
|
Andere namen
|
|
Nederlands :
|
Bruine dwergmeerval
|
|
Wetenschappelijk :
|
Ameiurus nebulosus
|
|
Engels :
|
Brown Bullhead
|
|
Duits :
|
Katzenwels, Zwegwels
|
|
Frans :
|
Poisson-Chat Brun, Barbotte Brune
|
Uiterlijke kenmerken
Lichaam matig gestrekt, vooraan rolrond, achter de aars zijdelings samengedrukt. Lengte 20-30 cm, maximaal 48 cm. Kop groot en plat, mondspleet eindstandig, zeer breed, 1 paar zeer lange baarddraden opzij van de bovenkaak (teruggelegd tot de buikvinaanzet reikend), 1 paar kortere boven op de kop (achter de achterste neusopeningen) en 2 paar korte aan de onderkaak. Schubben ontbreken geheel. Zijlijn compleet. Alle vinnen afgerond. Rugvin ver naar voren geplaatst (ruim voor de buikvinnen), aarsvin vrij lang, eerste straal van rugvin en borstvinnen tot een benige stekel omgevormd, de borstvinstekel met krachtig gezaagde achterrand. Vetvin aanwezig. Rugzijde zwart tot olijfbruin, flanken min of meer donker gemarmerd, buik witachtig, alle vinnen effen grijsbruin tot zwart.
Vinstralen: rugvin 7, aarsvin 21-24, borstvin 9, buikvin 8.
|
de dwergmeerval in de natuur
|
Leefwijze en leefomgeving
Dwergmeervallen (familie Ictaluridae) zijn inheems in Noord- en Midden-Amerika, er leven daar ongeveer 40 soorten, sommige tot in Canada. De grotere soorten zijn daar heel belangrijk voor de viskwekerij en ook voor de hengelaar. Daarom heeft men gepoogd enkele soorten ook in andere werelddelen uit te zetten.
De Bruine Amerikaanse dwergmeerval komt uit het oosten van de VS (het gebied van de Grote Meren tot de Golf van Mexico). Hij is al aan het eind van de 19de eeuw in Europa ingevoerd en vormt nu op veel plaatsen kleine, zich langs natuurlijke weg voortplantende populaties. Met het uitzetten van pootvis is men al lang geleden gestopt, want deze meerval heeft, eufemistisch gezegd, 'de in hem gestelde verwachtingen niet waargemaakt'. Integendeel, hij is schadelijk gebleken voor de visserij, want het is een bodembewonende roofvis die niet alleen kleine ongewervelden eet, maar ook rivierkreeft, visbroed en vissen. (Hoe zou het zijn afgelopen als hij inderdaad grote bestanden had opgebouwd, zoals men ooit hoopte?) In hun vaderland leven deze dieren in groepen in meren en grotere, diepe plassen met helder water en dichte vegetatie. In de paaitijd (van april tot juli) vormen ze broedparen, de ouderdieren maken dan een eenvoudige nestkuil van plantenmateriaal in ondiep water, en daar worden de eieren als kleverige klompjes in afgezet. Ze komen na 4-8 dagen uit. Legsel en jongbroed worden door het mannetje bewaakt.
Ofschoon deze soort in Noord-Amerika als tamelijk gevoelig voor watervervuiling wordt beschouwd, komen uit Europese landen toch vaak berichten dat hij ook in sterk vervuilde, zuurstofarme wateren voorkomt. Misschien is er in Europa wel vaak verwarring met andere soorten in het geding (zie hieronder). Over de verspreiding en de omvang van de Europese populaties is weinig bekend, de soort lijkt nergens massaal op te treden. Dwergmeervallen zijn hoogwaardige consumptievissen, ze worden vooral in Zuidoost-Europa in speciale kwekerijen vetgemest.
|
Ecologische betekenis
De bruine dwergmeerval is minder tolerant voor vervuiling dan de zwarte dwergmeerval, hij geeft de voorkeur aan dieper en schoner water.
De bruine dwergmeerval is minder geschikt voor in een vijver, je ziet hem slecht door zijn kleur en het is een nachtdier. Bovendien zal hij als hij groter wordt vis eten. Als aquariumvis is hij echter interessant.
|
|
|
|
|