|
|
De Amerikaanse hondsvis
de amerikaanse hondsvis
|
|
Andere namen
|
|
Nederlands :
|
Amerikaanse hondsvis
|
|
Wetenschappelijk :
|
Umbra pygmaea
|
|
Engels :
|
Mud-Minnow
|
|
Duits :
|
Amerikanischer Hundsfisch
|
|
Frans :
|
Petit Poisson-Chien, Umbre Pygmée
|
Uiterlijke kenmerken
Lichaam vrij langgestrekt, meestal 5-9 cm lang, grote vrouwtjes zelden tot 12 cm. Schubben groot en rond, ook op kieuwdeksels en wangen. Zijlijn ontbrekend. Rugvin iets verlengd en ver naar achteren geplaatst, pas achter de buikvinnen beginnend. Alle vinnen sterk afgerond, uitgezonderd de rugvin. Mondspleet zeer kort, omhooggericht. Kleur bruinachtig met onregelmatige, donkere marmertekening, buikzijde lichter. Over de flanken loopt een meestal geelachtige lengtestreep, in de rugen staartvin is vaak een onduidelijke rij donkere vlekken zichtbaar, min of meer tot een band samenvloeiend.
33-35 schubben overlangs (in de langste rij). Vinstralen: rugvin 15-16, aarsvin 7-8.
|
de hondsvis kan goed tegen vervuiling en komt daardoor veel in verzuurde vennen voor waar ze geen concurrentie hebben van andere vissen
|
Leefwijze en leefomgeving
De familie der Hondsvissen omvat slechts 5 soorten, elk met een klein, geïsoleerd areaal in delen van Amerika en Eurazië. De Europese hondsvis (U. kramen) is de enige soort uit de Oude Wereld, afgezien van de 'Alaska blackfish' {Dallia pectoralis), die ook het noordoostelijkste puntje van Siberië nog bereikt. Vermoedelijk zijn het relictvormen uit een ooit veel soortenrijkere verwantschapskring, die door 'modernere' vissen volledig zijn verdrongen naar extreme leefmilieu's waarin andere vissen het niet kunnen uithouden. Zo is Dal/ia pectoralis zelfs bestand tegen langdurig invriezen in ijs.
De Amerikaanse hondsvis heeft oorspronkelijk een beperkt verspreidingsgebied aan de Oostkust van de Verenigde Staten. Om reden van zijn geschiktheid voor koudwateraquaria, is het visje aan het begin van deze eeuw in West- Europa geïmporteerd. De hondsvis leidt in de regel een weinig opvallend bestaan en bereikt geen grote afmetingen. Hij wordt vooral aangetroffen in nogal kleine wateren in Noord- Brabant (voornamelijk in vennetjes), evenals in verzuurde watertjes in de veengebieden. Dat de hondsvis zich in deze zure wateren kan handhaven wijst op een grote pH-tolerantie. In Nederland is de hondsvis zelfs aangetroffen in wateren met een pH van 3,5. In dergelijke zure wateren is elk ander vissenleven uitgesloten. Behalve tegen hoge zuurgehalten is de hondsvis ook bestand tegen lage zuurstofgehalten (tot minder dan 1 mg/l). Bij dergelijke lage zuurstofgehalten schakelt de hondsvis over op zogenoemde maagdarmademhaling. Daarbij wordt via het maagdarmkanaal en de zwemblaas zuurstof in het bloed opgenomen. Door de hoge pH- en zuurstoftolerantie kan de Amerikaanse hondsvis zich handhaven in wateren waar andere inheemse vissoorten niet of nauwelijks kunnen leven. In andere wateren lijkt de Amerikaanse hondsvis in Nederland niet opgewassen tregen de concurrentie met en predatie door de inheemse vissoorten.
De dieren planten zich voort in het voorjaar, als het rivierpeil hoog is (februari-mei), Het vrouwtje maakt een kuil tussen planten of fijn wortelmateriaal, en legt daar ca. 200 eieren in. Het legsel wordt bewaakt en schoongehouden tot de jongen uitgekomen zijn (na 6-10 dagen), de jonge visjes zijn extreem kannibalistisch, wat op zich weer een aanpassing is aan het leven in zeer kleine plasjes, waar maar voor weinig dieren voedsel is. Hondsvissen eten vooral kleine kreeftachtigen en insectenlarven, deels ook kuit en jongbroed van andere vissen. Ze worden na 2 jaar geslachtsrijp.
|
Ecologische betekenis
De hondsvis eet vooral muggenlarven en soms visbroed. Hij kan erg goed tegen vervuiling (in tegenstelling tot de zonnebaars die ook gebruikt kan worden als insectenbestrijder) en wordt daardoor veel gevonden in verzuurde vennen. Hierbij dringt hij de inheemse soorten weg.
Andere soorten zoals de ijsvogel kunnen van de hondsvis profiteren. De hondsvis kan overleven in water dat voor andere vissoorten te zuur is. Hierdoor krijgt de ijsvogel meer leefgebied.
|
|
|
|
|