www.zoetwatervissen-nederland.nl

none
   Home  lijst van vissen  zoeken  contact
 doneer 1,30 euro
doneer 5 euro
 
   

Welkom bij www.zoetwatervissen-nederland.nl



Hier vind u informatie over zoetwatervissen die in Nederland voorkomen.

Vissen

Vissen zijn permanent in het water levende gewervelden die ademhalen middels kieuwen. De meeste vissen zijn koudbloedig, maar sommige grotere soorten vertonen warmbloedige trekjes. Vissen komen over de hele wereld voor, er zijn momenteel ruim 27.000 soorten en er wordt er met regelmaat een nieuwe soort ontdekt.

Op deze site vind u informatie over zo'n 60 soorten die in de Nederlandse (zoete) wateren voorkomen. U zult veel bekende soorten tegenkomen zoals de Blankvoorn of de Snoek maar ook wat minder bekende zoals Serpeling of Blauwneus.

Anatomie van een beenvis Anatomie van een beenvis
Anatomie van een beenvis

1 = kieuwspleet
2 = zijlijn
3 = rugvin
4 = vetvin
5 = staartwortel
6 = staartvin
7 = anaalvin
8 = lichtgevoelige cellen
9 = buikvin
10 = borstvin

Lichaam

Vissen hebben over het algemeen een langwerpig, zijwaarts afgeplat lichaam en een huid die bedekt is met schubben. De meeste soorten hebben een duidelijk zichtbare zijlijn op de flank. Er zijn zeer veel uitzonderingen, sommige vissen lijken op slangen of zijn juist heel plat of bol. Vissen hebben allemaal vinnen, aan de combinatie en vormen van de vinnen valt vaak af te lezen tot welke groep een vis behoort.

de kweekvormen van guppies hebben vaak een enorme kleurenpracht de kweekvormen van guppies hebben vaak een enorme kleurenpracht
Vinnen

Eén van de eigenschappen die vissen kenmerkt is dat ze in het bezit zijn van vinnen in plaats van poten. Vinnen dienen om te zwemmen, zowel om snelheid te maken als te sturen.

In het aantal vinnen verschillen vissen per groep. Rondbekken hebben twee eenvoudige vinnen: een rugvin en een staartvin. Daarentegen hebben haaien gewoonlijk een gepaarde rug- buik- en borstvin, daarnaast een staartvin en een aars- of anaalvin.

Sommige vissoorten hebben in de loop der eeuwen bepaalde vinnen verloren. Sommige soorten haaien of de poon hebben zulke sterke vinstralen dat ze op de borstvinnen over de bodem kunnen lopen. Zeepaardjes hebben een hele kleine rugvin die razendsnel als een propeller beweegt. Mesvissen bewegen zich juist voort met de lange aarsvin.

In de loop van eeuwen heeft de visteelt vissoorten voortgebracht die bijna volledig verschillen van de originele vorm, de gup is een goed voorbeeld hiervan de staartvin van de mannetjes is zeer groot en heeft een grote diversiteit aan kleuren.

Kieuwen

Op enkele soorten na halen alle vissen de benodigde zuurstof uit het water door middel van kieuwen, deze zitten aan weerszijden van de kop. Door de bek te openen en water op te nemen wordt dit langs de kieuwen geleid, waar zuurstofopnemende cellen het bloed voorzien van zuurstof. Daarna gaat het zuurstofarme water door de kieuwen en de kieuwspleet waar naar buiten. De kieuwen worden afgesloten met de kieuwdeksel. Sommige vissen als haaien zijn groot en hebben een snellere metabolisme waardoor ze meer zuurstof nodig hebben. Deze vissen moeten permanent blijven zwemmen en water langs de kieuwen voeren om niet te stikken.

meervallen hebben in tegenstelling tot de meeste soorten vis geen schubben meervallen hebben in tegenstelling tot de meeste soorten vis geen schubben
Huid

Veel vissen hebben een huid van schubben of soms zelfs beenplaatjes, net als reptielen, maar de schubben van vissen dienen niet alleen ter versteviging, ze zijn zeer glad voor een goede stroomlijning voor het zwemmen. Om de weerstand nog verder te drukken hebben vissen een slijmlaag op de huid, die tevens dient om infecties buiten de deur te houden. Schubben zijn vooral bij beenvissen goed ontwikkeld. Toch zijn ook hier uitzonderingen, zoals het zeepaardje en de meerval. Haaien en roggen hebben geen echte schubben maar een leerachtige huid die voorzien is van vele kleine, harde insluitingen (tandschubben.

Zwemblaas

Vissen hebben vaak een holte in het lichaam, die met lucht is gevuld, de zwemblaas. Soorten die meer op de bodem leven hebben er vaak geen, omdat ze hier alleen maar last van zouden hebben. De zwemblaas zorgt voor een zeker drijfvermogen omdat de vis lichter wordt.

Vissen die van grote diepte worden opgevist kunnen vaak niet direct naar beneden zwemmen omdat hun zwemblaas is uitgezet door het drukverschil. Dit gebeurt alleen bij vrij diepe wateren dus in het binnenland zal dit niet vaak voorkomen.

sommige vissen hebben baarddraden als gevoelsorgaan sommige vissen hebben baarddraden als gevoelsorgaan
Zintuigen

Veel vissoorten hebben kleine gaatjes in sommige schubben op de flanken of poriën in de huid bij soorten zonder schubben. Dit wordt de zijlijn genoemd. Dit zintuig stelt vissen in staat drukveranderingen in het water waar te nemen. Zo kunnen vissen in troebel water en in het donker zwemmen zonder zich aan allerlei dingen te stoten. De zijlijn stelt vissen ook in staat om te anticiperen op naderende roofvissen, omdat deze het water in beweging brengen en daardoor voor drukveranderingen zorgen. Vooral bij vissoorten die in diepe zeeën en oceanen leven, is de zijlijn goed ontwikkeld.

Ook het evenwichtsorgaan, de smaak en de reuk zijn bij veel vissen goed ontwikkeld. Daarnaast beschikken veel soorten over een goed gehoor. Hierdoor kunnen ze met elkaar communiceren over zeer grote afstanden.

Tenslotte kunnen soorten die op goed verlichte plaatsen leven, goed zien. De ogen zelf kunnen nauwelijks bewegen en oogleden ontbreken. De lens in het oog kan door een spiertje dichterbij het netvlies worden getrokken, om zo voorwerpen op verschillende afstanden te kunnen waarnemen.

Ook tastorganen als baarddraden komen voor bij de vissen, deze worden gebruikt om de bodem af te speuren op zoek naar prooidieren. Daarnaast kennen sommige groepen vissen zo hun eigen manieren om prooien op te sporen. Voorbeelden zijn de hamerhaai die elektrische signalen waar kan nemen en de hengelvis, die met lichtgevende delen zijn prooien lokt.

closeup van de eieren die aan waterplanten kleven closeup van de eieren die aan waterplanten kleven
Voortplanting

Vissen planten zich meestal voort door middel van eieren, maar er zijn ook wel eierlevendbarende soorten waarbij de jongen in de moeder tot ontwikkeling komen. Bij de meeste vissen vindt de bevruchting plaats doordat het mannetje en het vrouwtje respectievelijk het sperma en de eicellen tegelijkertijd afgeven, er vindt dus geen copulatie plaats. Sommige vissen produceren miljoenen eitjes, maar soorten die de jongen verzorgen leggen kleinere aantallen tot enkele honderden. Broedzorg kan ver gaan bij vissen, bij een aantal soorten worden de jongen agressief verdedigd tegen mogelijke vijanden. Een aantal soorten broedt de eitjes na het afzetten verder uit in de bek of laat de jongen bij gevaar snel in de bek zwemmen, zodat ze veilig zijn. Er zijn zelfs 'koekoeksvissen', die de eitjes door andere vissen laten verzorgen en waarvan de jongen niet zelden de eitjes of visjes van de gastheer oppeuzelen, deze hebben niet door dat hun kroost wordt opgegeten door een andere soort.

Er zijn ook vissen die een heus nest onderwater maken, en waarbij een van de ouders regelmatig met de vinnen over de eitjes waaiert om deze van een constante zuurstofaanvoer te voorzien, zoals de stekelbaars. Labyrinthvissen en andere soorten maken een schuimnest dat op het water drijft.

Als een visseneitje is uitgekomen komt de jonge vis tevoorschijn, die vaak larve wordt genoemd maar geen echte metamorfose meer ondergaat. De larve is vaak doorzichtig en draagt de dooier nog met zich mee. Na enige tijd is deze uitgeput en moet de vis op zoek naar voedsel. Vrijwel alle jonge vissen eten kleine diertjes om snel te groeien. Zeevissen eten vaak kleine in het water zwevende diertjes, voor zoetwatersoorten zijn dieren als watervlooien en muggenlarven onontbeerlijk als stapelvoedsel.

In Nederland zijn een hoop vissen die bedreigd worden omdat hun natuurlijke paaigebieden niet of weinig meer voorkomen. Ook veel andere zaken spelen een rol, denk hierbij aan stuwen die vis niet kunnen doorlaten naar de bovenstromen of de vervuiling van de rivieren. De laatste jaren wordt er veel aan gedaan om de situatie te verbeteren en sommige uitgestorven soorten worden nu af en toe gesignaleerd zoals de zalm.

  
Terug naar home